Columns Adri Duivesteijn

CONT/A/adriduivesteijn

Sinds kort heeft de Schilderswijkkrant er een nieuwe columnist bij. De redactie is vereerd met het feit dat oud-wethouder, voormalig Eerste- en Tweede Kamerlid en geboren en getogen Schilderswijker Adri Duivesteijn met enige regelmaat zijn licht laat schijnen over ontwikkelingen in de Schilderswijk. Hieronder zijn meest recente column.

Wijst de Schilderswijk de weg naar een multiculturele samenleving?

Soms zijn er van die momenten die herinneringen oproepen; die maken dat je terugkijkt op je leven zonder dat je daar al te veel moeite voor hoeft te doen. Donderdag 16 januari 2014 was zo’n moment. Ik nam deel aan een wandeling door de Schilderswijk, georganiseerd door Trancity, een uitgeverij gespecialiseerd in stedelijke vernieuwing, i.s.m. Stagehuis Schilderswijk. Doel van de tour was te achterhalen wat de invloed is van de publieke ruimte op de vitaliteit van de wijk en de ontwikkeling van haar bewoners. Ik moest wel even glimlachen toen ik de uitnodiging kreeg; zelf leid ik met een zekere regelmaat mensen van buiten rond in de wijk. Wat kon ik nog over de Schilderswijk leren? Wat mij aantrok in deze wandeling, is dat we zouden worden begeleid door twee jonge Schilderswijkers met Marokkaanse wortels, Zoulikha Massaoudi (19) en Kaoutar Hadchoune (20). En het zou persoonlijk worden, zo beloofde de uitnodiging: “Wij nemen u mee door ónze Schilderswijk”.


En inderdaad, het werd niet zomaar een wandeling. Ik maakte er wel drie tegelijkertijd. Zo is iedere wandeling door de nieuwe Schilderswijk voor mij onvermijdelijk ook een tocht door mijn oude wijk. Als vanzelf kom ik terug in 1960, waar ik vanuit de Bakhuizenstraat – waar ik opgroeide – wandelde langs de waterstokerij in de Ruysdaelstraat, houtzagerij Dekker in de Hobbemastraat, door de Vaillantlaan, Gerard Doustraat en Teniersstraat, om zo bij mijn basisschool (Heilig Hart) in de Jan de Baenstraat te komen. Nog altijd kan ik de wijk ruiken, en hoor ik de geluiden van de machines in de werkplaatsen op de binnenterreinen; nog zie ik snackbar Tieleman aan de Vaillantlaan, de snoepwinkel in de Van Mierisstraat en het badhuis in de Jan van Goyenstraat.


Maar het is niet alleen de gezellige, karaktervolle Schilderswijk die ik zie. Nee, ik zie ook die andere kant, die gaat over de leefbaarheid – of, beter gezegd: het gebrek daaraan. De woonomstandigheden waren soms erbarmelijk. De muffe, klamme lucht die opsteeg vanuit de vochtige muren in het huis van een schoolvriendje, in het hofje achter de Paulus Potterstraat, herinner ik me nog goed. Je kunt het je nu nauwelijks meer voorstellen, maar we leefden tussen – en heel vaak in – krotten en sloppen. Het geluid van een brandweerwagen stond voor ons niet gelijk aan onheil; we associeerden het met de sensatie van een slooppand dat in brand was gestoken.      


Voor mij werd toen duidelijk: zo kan en mag het niet langer. De wandeling door de Schilderswijk bracht me daarom óók terug naar een tijd waarin ik, als wethouder Stadsvernieuwing, dagelijks besluiten moest nemen over de toekomst van de wijk. En al deze besluiten zouden bepalend zijn voor de toekomstige kwaliteit. Hoe moest die toekomst eruit zien? Samen met de wijk werd het een gemeenschappelijke zoektocht naar het antwoord.


Het resultaat van die zoektocht is zichtbaar in hoe en wat de Schilderswijk
vandaag is. Eigenlijk zie je meerdere tijdgewrichten. In het gebied tussen de Jacob Catsstraat en de Van Dijckstraat lag de nadruk op snel bouwen en betaalbare huren. Goede doelen, in de kern, maar niet als ze te gemakzuchtig worden uitgevoerd. Het was een aanpak die het karakter van de wijk aantastte en die leidde tot de campagne Stadsvernieuwing als Kulturele Aktiviteit. Dat werd een ommekeer, met architecten als de Portugees Alvaro Siza (woningbouw aan de Vaillantlaan, Parallelweg, Hoefkade en het wijkpark aan de Van der Vennestraat) en de Nederlandse Jo Coenen (bouwdoos voor de verbreding en herbouw van de Vaillantlaan) werd de wijk zowel qua stedenbouw als architectuur gerehabiliteerd.


Maar voor Zoulikha en Kaoutar ging het daar in hun wandeling al lang niet meer over. Zij leidden ons van de ‘portiek zonder naambordjes’ via het doolhof naar het ‘Teletubbiesplein’, en vertelden ons welke bankjes door Turkse vrouwen worden gebruikt en welke door Marokkaanse, over de voetballessen voor meisjes die ze geven, over garages voor scootmobiels en over het brood dat overal op straat ligt, omdat moslims geen eten mogen weggooien en het dus maar in de parken strooien. Voor hen ging het helemaal niet over die fysieke kant van de vroegere stadsvernieuwingswijk; het ging over het met elkaar samenleven in de Schilderswijk. “Wij zijn trots op onze wijk, wij zijn geboren en getogen Schilderswijkers en laten graag zien hoe bijzonder die is”, straalden ze uit. Ze lieten ons zien dat die tegenwoordige Schilderswijk – die door 33.000 mensen wordt bewoond waarvan 93% een andere culturele achtergrond heeft dan de Nederlandse - samen zo’n 150 culturen vertegnwoordigen; Ze lieten zien dat de Schilderswijk een afspiegeling is geworden van een veranderde tijd. Een tijd waarin grenzen niet meer allesoverheersend zijn, maar waarin mondiale migratiestromen zorgen voor verandering.


Wat ook duidelijk werd, is dat een multi-etnische niet zomaar een multiculturele samenleving zal zijn. Samen wonen is nog niet samenleven. Zo zien wij dat de verschillende groepen vaak een eigen plek in de wijk innemen. Eigen plekken van samenkomst voor de Marokkaanse en Turkse moeders, eigen koffiehuizen voor de Marokkaanse en Turkse mannen, eigen moskeeën en eigen banken. Later hoorde ik in Theater De Vaillant (voorheen het Volksbuurtmuseum) dat de zalen vooral worden verhuurd aan verschillende, afzonderlijke (doel)groepen in de wijk maar dat daarmee het elkaar ontmoeten nog niet perse vanzelfsprekend is.


Voor mij werd het juist daarom zo’n een bijzondere wandeling omdat het heel goed liet zien dat de oude Schilderswijk niet meer hetzelfde is, zoals ook het oude Den Haag en het vroegere Nederland dat niet is. In de afgelopen vijftig jaar is de wereld wezenlijk veranderd. De vroegere wereld bestaat nog wel in het geheugen van mensen maar ook die mensen zijn verder gegaan. Niemand is stil blijven staan. De Schilderswijk is – gelukkig - ook geen stadvernieuwingswijk meer. Natuurlijk, in fysieke termen is er altijd wat te doen, maar dat is geenszins meer het hoofdprobleem. Nu ligt er een andere, misschien wel grotere opgave. Een opgave die sinds de zomer van 2014 – met de oplopende internationale spanningen – een extra dimensie heeft gekregen. Die opgave gaat ons allen aan en betreft de vraag hoe wij met elkaar in de nieuwe Schilderswijk willen samenleven. Doen wij dat naast elkaar of met elkaar. Sluiten wij ons op in de eigen groep of delen wij met elkaar onze eigen cultuur en bouwen wij aan gezamenlijke waarden en normen.


En die vraag raakt niet alleen de Schilderswijkers. Want onze samenleving, en al helemaal onze steden, krijgen volgens het Planbureau voor de Leefomgeving te maken met een verdere toename van de diversiteit van haar inwoners. De vraag van hoe met elkaar in een veelvoud van culturen samenleven gaat ons dus allemaal aan. De vraag is dus vooral hoe doe je dat dan? De Schilderswijk kan als zij dat zou willen een rolmodel worden voor die nieuwe samenleving. Hier zouden wij inhoud kunnen geven aan wat ook wel ‘het ideaal van de multiculturele samenleving’ is genoemd. Dat wil zeggen: een samenleving waarin mensen met verschillende achtergronden gebroederlijk naast en met elkaar leven; samen een uitwisseling hebben en een – nieuwe – verdraagzame gemeenschap vormen. Is dat slechts een visioen? Helemaal niet. Eigenlijk wordt er allang aan gewerkt. Gewoon op straat en in de parken waar mensen elkaar aanspreken, terzijde staan, voor elkaar opkomen.


Als de Schilderswijk erin zou slagen te komen tot een werkelijke integratie van autochtonen en allochtonen, atheïsten, christenen, islamieten en joden dan wordt zij een lichtend voorbeeld voor ons hele land. Bevreesd zijn voor het onbekende dat bij veel Nederlanders nu nog domineert kan dan op grote schaal plaatsmaken voor een open en culturele uitwisseling. Zoulikha en Kaoutar lieten mij tijdens de wandeling in hun Schilderswijk zien dat wij van elkaar kunnen gaan leren, misschien wel juist van elkaars verschillen. Het is niet moeilijk de spanningen die er nu ook zijn te stapelen en verder aan te zetten. Moeilijker is het om het samenwonen ook samenleven te laten zijn. Ik ben ervan overtuigd dat alleen maar daarin de basis zal liggen van onze moderne samenleving. Want zou het niet mooi zijn als juist de Schilderswijk het model zal gaan aanleveren voor een werkelijke multiculturele samenleving in ons gezamenlijk Nederland. Dat kan wanneer hieraan door een - gelukkig al aanwezige - beweging van onderop, van bewoners en haar organisaties, van kerken, moskeeën, scholen en sportverenigingen, gezamenlijk inhoud wordt gegeven aan een Nieuwe Schilderswijk.


NB: Zojuist verscheen als digitale publicatie onder de titel ‘Plekken van betekenis in de Schilderswijk’, het onderzoeksverslag van het project ‘Publieke Ruimte – Publieke Zaak’. Hierin is o.a. een verslag van de wandeling opgenomen. Deze publicatie is te downloaden via www.trancity.nl/pr-pz . In 2015 verschijnt een uitgebreidere versie in boekvorm bij Trancity.