Dragica

CONT/D/dragica
Dragica
Alleenwonend, twee dochters, één kleindochter
Actieve vrijwilliger
 

Dankzij buurtkamer komt Dragica weer tot leven

 

 

Haar verhaal is gruwelijk. Het mag een wonder heten dat ze nog leeft, na alle ellende die haar overkwam. En ondanks alles staat Dragica heel positief in het leven. ‘Ik ben een bevoorrecht mens.’

Ze groeide op in Joegoslavië. Tijdens de Balkanoorlog verloor Dragica twee van haar vier kinderen en - voor zover ze weet - de rest van haar familie. Op de vlucht kwam ze uiteindelijk in 1991 in Den Haag terecht.
Hier wachtte haar een nieuwe hel. Aanvankelijk leefde ze een zwervend bestaan, totdat ze een man leerde kennen. Nadat ze getrouwd waren, liet hij zich als een tiran kennen. Hij sloot haar, letterlijk en figuurlijk, in huis op. Ze moest hem soms vergezellen bij het boodschappen doen, maar verder kwam Dragica jarenlang niet buiten.
Ze werd ook op alle mogelijke andere manieren mishandeld. Haar kinderen mocht ze niet zien. ‘Hij heeft me geestelijk en lichamelijk zoveel pijn gedaan. Hij zei dat ik niet deugde en nooit geboren had mogen worden.’ Ze was te bang om te vluchten.
Een jaar lang verbleef ze in een psychiatrische inrichting. ‘Ik kon het niet meer bolwerken.’ Soms zag Dragica slechts één uitweg, maar verschillende zelfmoordpogingen mislukten. Meestal motiveerde het bestaan van haar twee dochters en kleinkind haar om niet op te geven, in de hoop op betere tijden.

 

Medelijden
Die braken onverwacht aan. Haar man handelde in harddrugs en kwam steeds verder in de problemen. De grond werd hem in 2005 te heet onder de voeten, waarop hij naar Suriname vluchtte. Hij liet Dragica met grote schulden achter, nadat ze inmiddels gescheiden waren. Met behulp van een maatschappelijk werkster kreeg ze na achttien jaar weer contact met haar kinderen en kleindochtertje. ‘Zij waren ook zó blij dat hij was vertrokken.’ Dragica haat haar ex, maar vindt het erg dat ze die gevoelens heeft. Ze heeft ook medelijden met hem. ‘Hij is ziek.’

 

‘Ik ga er voor’
Dragica is arbeidsongeschikt, onder meer als gevolg van een versleten rugwervel. De mishandelingen hebben voor blijvend letsel gezorgd. De angst en de pijn zijn niet verdwenen en ze heeft nog steeds slaap- en eetproblemen.
Ook haar geest is nog altijd gewond. De nacht brengt ze op de bank in de woonkamer door. In de kamer waar haar ex-man sliep, krijgt ze het te benauwd. ‘Ik heb nog lang niet alles verwerkt’, is de vanzelfsprekende conclusie die ze trekt.
Maar ze gelooft weer in de toekomst. ‘Als je negatief bent, ga je eraan onderdoor. Als je positief denkt, kom je er uiteindelijk wel. Het gaat misschien langzaam, maar dat maakt niet uit. Het komt wel goed met me. Ik ga er gewoon voor.’

 

Tweede huis
Er is voor Dragica inmiddels sprake van iets wat op een gewoon leventje lijkt. Een schuldsaneringbureau helpt haar financiële problemen op te lossen. En ze voelt zich ondanks alles thuis in de Schilderswijk. ‘Ik ben superblij met mijn huisje. Ik woon hier nu bijna twaalf jaar. Er werd vroeger in de straat veel in drugs gehandeld. Dat gebeurt nu niet meer. Maar er moet nog meer veranderen. Er zou bijvoorbeeld wat voor jongeren moeten komen.’
Haar woning ligt tegenover de buurtkamer aan de ’s-Gravenzandelaan, die voor Dragica een poort naar de normale wereld werd. Samen met haar maatschappelijk werkster nam ze er vorig jaar een kijkje. ‘Ik vond al die mensen zo eng!’ Maar ze werd warm ontvangen in de buurtkamer. ‘Het voelt als mijn tweede huis. Ik kom er bijna elke dag, want ik vind het er geweldig leuk. Ik kan daar weer onder de mensen zijn, wat ik jarenlang heb gemist.’

 

Witte magie
De wereld van Dragica is het afgelopen jaar 180 graden gedraaid. ‘Ik voel me echt een bevoorrecht mens. Ik heb nu heel goed contact met mijn kinderen en kleindochter. En dankzij de buurtkamer heb ik veel vriendinnetjes gekregen.’
Dragica is er actief als vrijwilliger. Ze werkt mee aan de buurtkrant, waarin ze haar zelf geschreven kinderverhalen publiceert. Daarnaast geeft ze les in schilderen, tekenen en bloemschikken. Haar creativiteit is dus onaangetast.
Ze helpt ook kleding in te zamelen voor mensen met een minimuminkomen. ‘De arme mensen’, noemt ze hen. Ze zegt het op een toon die aangeeft dat ze zich zelf niet als zodanig ziet, ook al gaan al haar inkomsten naar schuldeisers en leeft ze van de voedselbank.
Dragica gaat behalve naar de buurtkamer ook graag ‘met een maatje’ naar het bos, waar ze veel energie van krijgt. ‘Daar zou ik het liefst elke dag zijn, maar ik heb zelf geen vervoer en ver lopen kan ik niet.’
Het bos is voor haar niet zomaar een plek waar ze recreëert. De natuur neemt een speciale plek in haar leven in. Ze doet namelijk aan witte magie. Dragica is een heks, die wil zorgen voor Moeder Aarde. ‘In het bos ruim ik bijvoorbeeld de rommel op die anderen er achterlaten. Ik kan er ook niet tegen als dieren of kinderen worden mishandeld. Je moet respect hebben voor je medemens, voor dieren en al het andere wat leeft.’

 


 

CONT/W/wij wonen in de wijk 20100305132455.png