Liane Doekhi

CONT/J/jbp20071018 2638 20071101103230


Liane Doekhi, 42 jaar
Alleenstaande moeder, drie kinderen

 

‘Ik wil weg uit de drukte’

 
Liane wil niet al te negatief zijn, maar wel de waarheid vertellen. Daarom spreekt ze openhartig over de buurt waar ze met twee kinderen woont. Haar dochtertje en zoontje vinden het er prima, maar zijn te jong (2 en 4 jaar) om het reëel te kunnen zien. Liane wil ze er niet laten opgroeien.
 
Ze betrok in 1996 een 3-kamerappartement in de Van Ostadestraat. Met haar kinderen leidt ze hier een teruggetrokken leventje. Het huis is te klein voor het gezin. ‘Ik woon hier niet met plezier’, vertelt Liane. Ze heeft geen problemen met haar buren, die vriendelijk en behulpzaam zijn. Maar ze heeft wel moeite met de buurt, waar ‘viezeriken’ de boel bederven. Ze weet niet of het om bewoners gaat, of om jongeren die uit andere buurten de straat bevuilen. Tot een jaar geleden werd er regelmatig zelfs in het portiek gepiest en gepoept, waarna de dader steeds op het kerkhof lag. ‘Een bak ellende’ was het. Vooral dankzij acties van Haag Wonen en de inzet van toezichthouders is die overlast afgenomen.
De woning is heel gehorig. ‘Als er kinderen in het portiek spelen, lijkt het alsof ze in mijn woonkamer staan.’ In de zomer is het helemaal een ramp, volgens Liane. Behalve blowende hangjongeren zijn er dan kinderen van vijf, zes jaar nog tot middernacht op straat te vinden. ‘Ze horen om zeven uur op bed te liggen.’
Liane ziet nu al op tegen de zomer van volgend jaar en wil zo snel mogelijk verhuizen. Maar die wens heeft ze al enkele jaren. ‘Het lukt niet.’ Haar inkomen, dat iets onder het bijstandsniveau ligt, is volgens haar een te groot struikelblok. Hoe laag het bedrag ook is, Liane en haar kinderen kunnen er van rondkomen. ‘We kunnen goed eten en mijn kinderen hebben het nog leuk ook. Ik heb gelukkig de gave goed met geld om te kunnen gaan en wil geen schuldeisers aan mijn deur. De rente van leningen kan je kapot maken.’
 
Meer toezicht nodig
Liane verhuist het liefst naar een andere wijk, zoals Houtwijk of Leyenburg. ‘Er kan overal wat vervelends gebeuren, dus ook in die wijken. Maar ik wil weg uit de drukte.’
Ze wil Den Haag echter niet verlaten. ‘Ik woon al zo lang in deze stad. De vader van mijn kinderen woont er en ik heb hier enkele heel goede vriendinnen.’
Ze wil eventueel wel in de Schilderswijk blijven, maar alleen als ze een woning in een rustiger deel van de wijk kan krijgen. Nu kunnen haar kinderen niet zonder toezicht op straat of het nabij gelegen plein spelen. ‘Jongeren rijden op de stoep met hun fiets of scooter. Er zijn wel voorzieningen, maar het is niet goed ingericht. Ik ben bovendien sowieso geen moeder die haar kinderen alleen op straat achterlaat.’
Er zou meer professioneel toezicht moeten komen, vindt Liane. ‘Dat zou veel schelen.’ Niet alleen om kleine kinderen veilig te laten spelen. Het zou ook een goed middel zijn om de wijk schoner te krijgen. ‘Op maandag en dinsdag breek je je nek over het vuil. Haag Wonen heeft geprobeerd de gemeente het vuil twee keer per week te laten ophalen, maar dat is niet gelukt.’
Een andere, kleine ergernis voor Liane is de grote hoeveelheid parkeerplaatsen voor gehandicapten. Daarbij twijfelt ze er sterk aan of sommige bewoners met zo’n plek wel echt invalide zijn.
 
‘Ik wil een goed voorbeeld zijn’
Ze is niet alleen maar negatief over de wijk. ‘Er zijn zeker ook leuke dingen te vinden’, zegt ze. Zoals de Haagse Mart. En haar kinderen zitten op een fijne basisschool, De Buutplaats. Liane is er als ouder actief. Maar ze wil niet té betrokken raken bij de school, gelet op haar wens om te verhuizen.
Ze is al geruime tijd arbeidsongeschikt, maar hoopt over een tijdje weer te kunnen werken. ‘Als de kleintjes straks hele dagen naar school gaan, wil ik het weer proberen. Ik zou wel een paar uur per dag administratief werk willen doen, ook al raadt het UWV (de uitkeringsinstantie) het me af.’
Momenteel heeft ze het als moeder ook nog te druk om betaald aan de slag te gaan. ‘Vooral dat is mijn doel: een goede moeder zijn. Ik wil een voorbeeld voor mijn kinderen zijn. Daar hoort werken bij, maar dat hoeft niet fulltime te zijn. Als ze maar zien dat ik iets doe en mijn verantwoordelijkheid neem.’

 

CONT/W/wij wonen in de wijk 20100305132455.png