Haci Ogullari

CONT/J/jbp20071018 2674

 

Haci Ogullari
Eigenaar Snackbar Helal
Ongehuwd, binnenkort samenwonend
 
 

‘Ik wil het voorbeeld voor mijn broertje zijn’

 
Haci Ogullari is zonder meer een uitzondering op al zijn leeftijdgenoten. Hij is pas 21 en sinds kort eigenaar van een snackbar, op de hoek van de Honthorststraat en de Van der Vennestraat. Hij werkt er twaalf á dertien uur per dag, zeven dagen per week.
 
Haci is geboren en getogen in de Schilderswijk. Hij ging na het VMBO al heel jong aan het werk. Haci had liever gestudeerd. ‘Ik deed mijn best op school en had goede cijfers. Ik had ver kunnen komen, want ik heb vertrouwen in mezelf’, zegt hij.
Hij werkt inmiddels al een jaar of zeven, en hard. Zo ging hij voorheen al om 3 uur ’s ochtends naar de vleesfabriek. Op dat tijdstip kon hij nog net de jongeren groeten die van het Van der Vennepark kwamen en richting hun bedje gingen.
Op de Haagse Mart werkte hij lange tijd voor een Nederlands echtpaar. ‘Het leek wel alsof ik hun kind was. Ik kreeg alles van ze.’ Haci werkte ook met potplanten bij een tuinbouwbedrijf in De Lier.
Nu is hij ‘eigen baas’. ‘Dat is veel beter. Ik heb de kans gekregen en wil er wat van maken. Het is wel wennen. Het begin is een beetje moeilijk.’ Maar de snackbar draait al goed. ‘Er wonen hier genoeg mensen in de buurt en dit is de enige snackbar hier.’
Twee broers werken regelmatig in de zaak en zijn vader steekt ’s morgens een helpende hand toe. De snackbar gaat om 8.00 uur ‘s ochtends al open. Dan wordt er schoongemaakt en komen de eerste klanten koffie of thee drinken. Pas om middernacht sluit Haci de deur.
Er komen mensen van allerlei nationaliteiten. Vanwege de samenstelling van de buurt zijn het vooral Turken en Marokkanen. Ook zij houden van kroketten en frikadellen, maar dan uitsluitend in halal-varianten.
 
Doelloos rondhangen
Haci woont nog heel even bij zijn ouders, maar trekt binnenkort met zijn vriendin in een woning van Haag Wonen. ‘Ik heb niets te klagen’, zegt hij over zijn jeugd. ‘Ik heb het leuk gehad, maar er waren ook slechte dingen.’ Hij noemt het doelloos rondhangen op straat, bijvoorbeeld in het Van der Vennepark.
Er was én is doorgaans weinig te doen in de wijk, constateert hij. Maar Haci kon zichzelf in zijn vrije tijd altijd vermaken, zoals met fitness en voetballen. ‘Je moet het niet op straat zoeken. Dat is niks. Je moet bezig zijn’, vindt hij.
Sommige vrienden van vroeger zijn net als Haci goed terechtgekomen. Anderen zijn werkloos en hebben schulden. In de buurt van het Van der Vennepark zijn veel jongeren zonder werk te vinden die hun tijd verdoen met gokken, dealen, stelen, hosselen en blowen. ‘Het is zonde. Ze bereiken er niets mee. Ze krijgen er geen werk door. Maar ze doen het zelf.’ Haci vindt dat jongeren verplicht moeten worden te werken of naar school te gaan. Hij vindt wel dat jongeren in de Schilderswijk jaren lang aan hun lot zijn overgelaten door instanties zoals de gemeente en de politie.
 
Goede reputatie
Haci wil vooral voorkomen dat zijn broertje zou ontsporen en verbiedt hem met bepaalde groepen jongeren om te gaan. ‘Hij is gelukkig goed bezig op school.’
Zijn broertje geeft hem ook de motivatie om zelf hard te werken. ‘Ik moet het voorbeeld voor hem zijn.’ Haci gruwt van het leven aan de zelfkant van de samenleving. Hij rookt niet en drinkt slechts af en toe, als er een feestelijke aanleiding voor is. Hij wil iets van zijn leven maken. ‘Waarom ben je anders op de wereld gekomen? Wees blij dat je hersens en handen hebt gekregen. Die moet je goed gebruiken.’ Het gaat erom een goede reputatie te verwerven, vindt Haci. ‘Ik wil dat mensen later kunnen zeggen dat ik netjes gewerkt en geleefd heb.’
---

 

CONT/W/wij werken in de wijk 20100305132505.png