Het Startpunt

CONT/J/jbp20071005 1786

Het Startpunt
Openbare Basisschool
Suze Robertsonstraat 103

‘Thuis is er niets wat de kinderen stimuleert’

‘Het Startpunt, op weg naar jouw top!’ luidt het motto van de school. Een bevlogen docententeam geeft er les aan zo’n 430 uitsluitend allochtone kinderen. Hun top ligt bijna altijd lager dan die van kinderen elders.

Het Startpunt is een ‘gettoschool’, in een buurt waar de problemen van de Schilderswijk het meest voelbaar zijn. Bewoners zijn veelal laaggeschoold, vaak werkloos en ze hebben een laag inkomen. Velen leven geïsoleerd. Alleen al hun gebrekkige Nederlandse taalvaardigheid maakt het moeilijk voor ze om uit hun situatie te ontsnappen. ‘De gezinnen leven in een kaal huis. Er is meestal geen speelgoed of computer. Er is niets wat de kinderen stimuleert’, vertelt directeur Karin Striekwold.

 

Voorschool
Nagenoeg alle kinderen die bij Het Startpunt komen, hebben een achterstand op hun gemiddelde leeftijdgenootjes. Daarom is het nodig dat ze, als ze 2,5 jaar zijn, naar de ‘voorschool’ gaan. Tussen de 80 en 90 procent van de ouders laat hun kinderen inmiddels de voorschool bezoeken. Nog maar een paar jaar geleden was dat slechts 20 procent. ‘Ouders willen het beste voor hun kind en horen van elkaar dat het goed werkt’, licht Karin toe.
‘We halen alles uit de kast om de achterstand zo klein mogelijk te laten zijn’, zegt ze. Kleine klasjes, veel extra aandacht, uiterst gemotiveerde docenten; er worden veel resultaten mee bereikt. Maar de verschillen met de gemiddelde, meer bevoordeelde autochtone kinderen zijn ook aan het eind van de basisschool niet weggewerkt. Slechts weinigen gaan vanuit Het Startpunt naar HAVO of VWO.

 

Hoge drempel
Ouders bemoeien zich (te) weinig met de gang van zaken op school, constateert Karin. Als ze al kunnen lezen, is dat vaak niet in het Nederlands. Een uitnodiging sturen voor een informatieavond, schiet z’n doel dus voorbij. ‘“Hoort, zegt het voort”, werkt hier het best’, zegt de schooldirecteur. Maar ook als ouders weten dat er een bijeenkomst op school is, blijven ze vaak weg. ‘Het is geen onwil, maar de drempel is gewoon te hoog. Sommigen zijn bang dat ze dingen niet begrijpen, enkelen mogen de deur niet uit van hun man. Ze laten ook alles wat met het onderwijs van hun kind te maken heeft, in het volste vertrouwen aan de school over.’ Het Startpunt probeert overigens langs diverse wegen de betrokkenheid van ouders te laten toenemen. ‘Onze droom is een ateliertje op school waar vaders en moeders spullen maken die we tijdens de lessen kunnen gebruiken, bijvoorbeeld bij het vertellen van verhalen.’

 

Schitterend sportcomplex
Een andere voorziening, die twee jaar geleden bij de school al wel is gerealiseerd, is de ‘Haagse Sporttuin’. Het is een schitterend, multifunctioneel sportcomplex van 2000 m2. Hier kunnen kinderen én volwassenen onder begeleiding sporten. Het complex omvat vier sportvelden en twee sportzalen. Het oogst steeds bewondering en jaloezie van bezoekers uit andere steden. Het complex wordt overigens ook verhuurd aan andere scholen en instanties.
Dankzij het sportcomplex nemen de contacten met autochtone kinderen uit andere wijken toe, bijvoorbeeld tijdens toernooitjes waar andere scholen voor worden uitgenodigd. ‘De leerlingen van witte, zwarte en grijze scholen staan eerst heel onwennig tegenover elkaar, maar aan het eind van de dag wisselen ze adressen uit. Het lijkt een EO-verhaal, maar het is dan echt één happy clan’, zegt Karin.
Ze vindt dat ook autochtone en allochtone volwassenen veel meer met elkaar in contact zouden moeten komen om de integratie te bevorderen. ‘Het is eigenlijk te gek dat er in een rijke stad als Den Haag zwarte getto’s zijn.’

 

Minder criminaliteit
Toen ze tien jaar geleden uit Twente kwam om hier te werken, vond ze het best eng, door alle negatieve verhalen, om over straat te lopen. Maar mede dankzij de Haagse Sporttuin is de criminaliteit in de buurt rond de school sterk afgenomen. Dat is daarnaast het gevolg van de vele gesprekken die de school met jongeren heeft gevoerd. Voorheen waren er dagelijks incidenten, tegenwoordig is dat niet vaak meer het geval. ‘Ik voel me nu redelijk veilig hier op straat. Maar als er een ouderavond is, is er nog altijd politie aanwezig in school. Er lopen namelijk nog te vaak junks en andere types zonder toekomstperspectief.’

 

De vooruitzichten voor kinderen die nu Het Starpunt verlaten, zijn beter dan een jaar of vijftien geleden. ‘Het zijn ook andere kinderen. Ze nemen nu na groep acht huilend afscheid van de juffrouw of meester. Ze voelen zich prettiger dan kinderen vroeger, passen zich beter aan. Hun cultuur verandert’, aldus Karin.
Er is dan ook een opgaande lijn te zien voor de Schilderswijk, meent ze. ‘Maar het moet hier nog mooier, schoner en prettiger worden. Het Verdrag is ambitieus. We moeten wel meteen aan de slag en niet alleen plannen maken. Er is ook heel veel betrokkenheid van de bewoners zelf nodig. De tijd is er rijp voor en er is nu geld. Ik geloof echt dat de Schilderswijk over tien jaar een prachtwijk is.’
---

CONT/W/wij werken in de wijk 20100305132505.png