Jeugd Interventie Team

CONT/J/jitsilviarachid75

Jeugd Interventie Team
Begeleidt jongeren van 12 tot 23 jaar
Hobbemastraat 67

‘Werkgevers moeten de mogelijkheden van risicojongeren gaan zien’

Criminaliteit voorkómen. Dat was oorspronkelijk het doel van het Jeugd Interventie Team. Maar tegenwoordig zijn de doelstellingen breder. Het JIT begeleidt ‘risicojongeren’, met (dreigende) problemen, op allerlei terreinen.

Het gaat bijvoorbeeld om schulden, werkloosheid, (gebrek aan) huisvesting, criminaliteit en een tekort aan sociale vaardigheden. Meestal hebben de jongeren meerdere problemen tegelijk.
‘We begeleiden ze de eerste drie maanden heel intensief. We zien ze vooral in het begin wel drie á vier keer per week’, vertelt trajectbegeleider Rashid Kamouni. ‘De eerste maand brengen we in beeld welke problemen ze hebben. We kijken ook naar wat ze kunnen en wat hun zwakke kanten zijn. Daarna stellen we samen met de jongeren zelf doelen vast, die we vervolgens proberen te realiseren. We kunnen natuurlijk niet alles oplossen. Bijvoorbeeld een schuld van 40.000 euro is niet in zo’n korte tijd weg te werken. Maar we helpen ze wel op weg, geven een duwtje in de goede richting.’
Het is vooral belangrijk dat een jongere er zelf ook vertrouwen in krijgt dat zijn of haar problemen zijn op te lossen. Bij de begeleiding worden ook anderen ingeschakeld, zoals familie en buren. Maar elke stap wordt samen met de jongere zelf gezet. Zo blijft steeds helder hoe naar een oplossing wordt gewerkt. ‘Ze gaan er ook pas in geloven als ze concrete resultaten zien. Dat kan bijvoorbeeld een inschrijving bij het CWI zijn, of het aanvragen van een legitimatiebewijs’, zegt Rashid.

 

‘Pittige doelgroep’
Het afgelopen jaar heeft het JIT 700 Haagse jongeren begeleid, van wie er een groot aantal uit de Schilderswijk komt. Het is dus niet vreemd dat het JIT een vestiging in deze wijk heeft. Het verlaagt niet alleen de drempel voor jongeren om zich te melden, maar het maakt ook het samenwerken met andere instanties in de wijk makkelijker. ‘We zijn er niet om nieuwe dingen te bedenken. De jongeren moeten gebruik kunnen maken van de voorzieningen die voorhanden zijn. Wij helpen hen daarbij. Een goed netwerk is essentieel’, licht orthopedagoog Sylvia Vaassen toe. Het JIT zou het liefst in elke wijk met veel risicojongeren gevestigd zijn.
Volgens Sylvia en Rashid hebben veel meer jongeren hulp nodig dan het JIT kan begeleiden. ‘We doen niets om onszelf te promoten. Anders zouden we alleen maar een wachtlijst krijgen. En juist dat werkt niet bij onze doelgroep’, weet Sylvia.
Veel jongeren komen uit zichzelf bij het JIT terecht. Anderen worden doorverwezen door politie, sociale dienst, maatschappelijk werk, scholen en ouders. Vooral door ‘mond-tot-mondreclame’ worden ze op de hoogte gesteld van de hulpverlening die langs deze weg mogelijk is.
‘Het is een pittige doelgroep. Maar als je hier werkt, moet je ook zien hoe leuk ze zijn. Ze hebben immers meerdere kanten. Je moet ze ook gelijkwaardig benaderen. Daar zijn ze heel gevoelig voor. Wij kúnnen ook naast ze staan, want ze komen hier vrijwillig’, zegt Sylvia.

 

Een gewone wijk
Het is ook een ‘mooie doelgroep’, vindt ze. ‘De jongeren weten veelal zelf niet dat ze veel kwaliteiten hebben. De buitenwereld ziet dat vaak ook niet. Wij willen graag stimuleren dat er iets met ze gebeurt. Er is bijvoorbeeld een tekort aan arbeidskrachten. Daarom moeten werkgevers de mogelijkheden van de jongeren gaan zien, en niet de ónmogelijkheden. Dat is ons ideaal.’
Er is voorts een tekort aan huisvestingsmogelijkheden voor de jongeren, stelt Sylvia vast. Ze hoopt dat het wordt teruggedrongen dankzij activiteiten die uit het Verdrag van de Schilderswijk voortvloeien. ‘We proberen met Haag Wonen afspraken te maken op dat gebied.’
Volgens Sylvia is het tevens zaak dat de bevolking van de wijk gevarieerder wordt, door mensen van elders aan te trekken. Daarvoor zijn nieuwe, wat duurdere woningen nodig. Op die manier kan ook het misplaatste, negatieve imago van de wijk veranderen. ‘Dan zullen mensen gaan zien dat het een gewone wijk is, met leuke winkeltjes en dergelijke.’

 

‘Het is nu of nooit’
Het Verdrag werkt overigens inspirerend, vindt Sylvia. ‘Je krijgt echt het gevoel dat je met z’n allen voor de wijk aan verbeteringen werkt. Dat is mooi. Het is daarbij ook zaak dat de organisaties over de eigen grenzen willen kijken. Dat ze niet vanuit eigenbelang opereren, maar uitsluitend kijken naar het belang van de wijk. Alleen dan kunnen we problemen structureel oplossen. We weten natuurlijk niet of het lukt, maar er zijn zeker mogelijkheden. Er zijn veel ideeën, die we nu in de praktijk moeten gaan vertalen. Het is nu of nooit.’
----

CONT/W/wij werken in de wijk 20100305132505.png