Reclassering Nederland

CONT/R/roelanddriessen
Reclassering Nederland
Grote Marktstraat 43

‘Samenwerken kan veiligheid bevorderen’

 

Voorkómen dat mensen opnieuw een misdrijf begaan. Dat is het belangrijkste doel van Reclassering Nederland. De organisatie is ook in de Schilderswijk actief.

Reclassering Nederland verricht onder meer onderzoek bij mensen die verdacht worden van een misdrijf waarvoor ze voor de rechter moeten verschijnen. Daaruit komen adviezen voort die van invloed kunnen zijn op de uitspraak van de rechter . Een advies kan bijvoorbeeld zijn een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen, waarbij Reclassering Nederland toezicht houdt op de veroordeelde. ‘We maken gebruik van een wetenschappelijk onderbouwd instrument om een diagnose over iemand te stellen. Dat heet RISc (Recidive Inschattings Schalen)’, vertelt beleidsmedewerker Roeland Driessen. Daarmee worden alle factoren in beeld gebracht die ertoe kunnen leiden dat iemand zich (opnieuw) crimineel gaat gedragen. ‘Het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand niet met geld om kan gaan en hoge schulden heeft. Dan bestaat het risico dat hij uit stelen gaat. Je kunt hem dan met geld leren omgaan en eventueel schuldhulpverlening inschakelen.’

 

Kort lontje
Reclassering Nederland richt zich er dus op het gedrag van mensen te beïnvloeden. Dat kan onder meer door hen vaardigheden aan te leren. ‘Dat is niet vrijblijvend. Als iemand niet of te weinig meewerkt, kan een voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer worden gebracht. Dat is dus een stok achter de deur’, licht Driessen toe.
Onderzoek heeft aangetoond dat de programma’s die worden gebruikt om het gedrag van mensen te veranderen, resultaten opleveren. Dat geldt bijvoorbeeld voor een training die uit Engeland is overgenomen. Daarmee worden veel ‘klanten’ van de reclassering geholpen die een nogal ‘kort lontje’ hebben. Ze reageren vaak te impulsief. Dankzij de training is dat te veranderen in een houding die (meer) gebaseerd is op ‘eerst denken en dan doen’.

 

Maatwerk
Verder begeleidt Reclassering Nederland veroordeelden die een werk- of leerstraf krijgen opgelegd. Alleen al in de regio Den Haag gaat het daarbij om zo’n 4.000 mensen per jaar. Sommigen gaan bijvoorbeeld in de keuken van een verzorgingstehuis aan de slag en hebben weinig begeleiding nodig. ‘Maar anderen zijn zo moeilijk, dat je ze niet zomaar overal kunt plaatsen. Voor hen hebben we eigen groepsprojecten, zoals onkruid trekken in de duinen’, zegt Driessen.
Een kleine groep mensen die zich tijdens zo’n werk- of leerstraf goed gedragen, kan daarna een zogenoemd arbeidstoeleidingstraject volgen. Daarbij worden ze als het ware ‘rijp’ gemaakt voor bemiddeling naar een gewone baan.
De controle en begeleiding die nodig zijn, hangen sterk af van de kans dat iemand opnieuw de fout in gaat. Het gaat dus om maatwerk. ‘De veiligheid van de samenleving staat voorop. Wij weten hoe we met de mensen moeten omgaan’, aldus Driessen. Maar hij erkent dat de reclassering niet met iedereen succes boekt. Ruim 70% van de werkstraffen worden met succes afgerond.
Naast advies aan de rechtelijke macht, het houden van toezicht op daders en verdachten en het uitvoeren van taakstraffen, zijn er ook steeds meer gemeenten die samen met de reclassering nazorg organiseren voor ex-gedetineerden. Maar liefst zeventig procent van de ex-gedetineerden gaat binnen drie jaar opnieuw in de fout. ‘Daarom is onze nazorg zo belangrijk.’ Belangrijke aspecten daarbij zijn legitimatie, huisvesting, inkomen en zorg. Maar daarmee blijven mensen natuurlijk niet per definitie op het rechte pad. Velen worden bijvoorbeeld getraind om hun agressieve neigingen te leren beheersen.

 

Veegploeg
Het is niet bekend hoeveel mensen in de Schilderswijk worden begeleid door de reclassering, maar volgens Driessen zijn het er meer dan in een gemiddelde andere wijk in Nederland. Het gaat onder meer om jongvolwassenen, waarbij wordt samengewerkt met het Jongeren Interventie Team.
Zo kunnen mensen met een werkstraf in een veegploeg bij Wijkbeheer Schilderswijk aan de slag. ‘Op zo’n manier kunnen ze meehelpen de wijk schoner te maken.’ Dat hoeven overigens niet per se mensen uit de Schilderswijk te zijn. De reclassering wil graag dat de veegploeg de komende tijd wordt uitgebreid. Een belangrijk doel van de werkstraf is namelijk mensen iets terug laten doen voor de maatschappij door hen in een wijk aan het werk te zetten.
Daarnaast moet meer worden gedaan aan de nazorg van jongvolwassenen (tot en met 25 jaar) die uit de gevangenis komen.
Verder is voorgesteld mensen die hun werkstraf bij Wijkbeheer Schilderswijk erop hebben zitten, een arbeidstoeleidingstraject aan te bieden. Daar moeten nog wel financiële middelen voor worden gevonden.

 

Huiselijk geweld
Een ander voorstel van de reclassering gaat over huiselijk geweld in de wijk. Driessen: ‘Dat onderwerp krijgt tegenwoordig veel meer aandacht dan voorheen. En terecht, want er is vaak meer nodig dan een gesprekje met de politie om de boel te sussen.’ De reclassering biedt een training aan die mensen leert hun agressie in te tomen. Zo nodig kan iemand ook worden verwezen naar een speciale instelling. Zoals De Waag in de Casuaristraat, die mensen behandelt die ‘door hun grensoverschrijdende gedrag met politie of justitie in aanraking zijn gekomen’.
Volgens Driessen kan de criminaliteit in de Schilderswijk afnemen als de omstandigheden in de wijk verbeteren en als bepaalde groepen extra aandacht krijgen. Daarbij horen ook wat duurdere woningen, waardoor een meer gemengde samenstelling van de bevolking kan ontstaan. Ook moet worden voorkomen dat de meest kwetsbare mensen in de samenleving tussen de wal en het schip vallen, waarbij de reclassering eveneens een rol speelt.

 

Huis van de Schilderswijk
Reclassering Nederland regio Den Haag is één van de organisaties die betrokken waren bij de totstandkoming van het Verdrag van de Schilderswijk en ook meewerkt aan de uitvoering ervan.
De organisaties in de wijk moeten meer met elkaar gaan samenwerken, vindt Reclassering Nederland. ‘Wij geloven daar heel sterk in, om een veiligere maatschappij te realiseren, met minder recidive en overlast’, zegt Driessen. Er zou een ‘huis van de Schilderswijk’ geopend kunnen worden. Bewoners kunnen daar terecht met bijvoorbeeld klachten over overlast en vervuiling. Vanuit dat huis worden ze ook geïnformeerd over oplossingen en verbeteringen. Het kan een echt huis zijn, waar organisaties bijeen worden gebracht, zoals de reclassering, het JIT en het Maatschappelijk Werk. Maar dat is duur en niet snel en eenvoudig te realiseren. Het zou ook een ‘virtueel pand’ kunnen zijn, waarbij instanties via een computernetwerk met elkaar verbonden zijn, waarbij een strakke regie wordt gevoerd. ‘Zo voorkom je dat iedereen vanaf z’n eigen eilandje opereert.’
Voor het verdrag van de Schilderswijk is ‘een vliegende start’ gemaakt, blikt Driessen terug. ‘Vorige zomer werd het jammer genoeg stil, vooral vanwege financiële perikelen. Dat verwijt ik niemand. Maar het is nodig dat er nu een nieuwe draai aan wordt gegeven, om de energie en het enthousiasme weer op gang te brengen.’
 


 

CONT/W/wij werken in de wijk 20100305132505.png